18-04-05

Storm

Met de storm ging het al niet veel beter. Bij het passeren van Cabo Finisterre werd de zwel groter en gemener. Het slapen werd meer en meer bemoeilijkt. Met de rug tegen een opgerolde deken kon men zich vast zetten.

‘s Middags werd er gewoonlijk een beetje gerust op de zetel in de cabine. Na de middagpauze liepen de twee wipers babbelend op de deur van Jef"s hut toe. Flor werd in het midden van een zin onderbroken doordat de deur opengeworpen werd. Jef wipte als door een wesp gestoken de gang in en riep: "hebben jullie dat witte hondje niet gezien? Het is zojuist buiten gesprongen!" Ze keken elkaar onthutst aan, maar barstten dan in lachen uit. "Je bent op de goede weg, Jef! Eerst een vent met een zwarte baard, dan een wit hondje, je bent beslist aan de beterhand !"

Het weer beterde niet, verre vandaan! Volgens de berichten die van de brug doorsijpelden week de kapitein na de Portugese kust van koers om de storm uit de weg te gaan. Het schip begon meer en meer te stuiteren met de kop in de golven. Het leek soms een eeuwigheid te duren vooraleer het achterschip terug de golven inzakte. De verhalen over schepen die zichzelf ondervoeren kwamen op de proppen. Helemaal niet geruststellend! Naar voren gaan om het te onderzoeken was echter uit den boze. Ver zuidelijk van de normale koers, in de buurt van de Canarische Eilanden, begon de storm te luwen. Hoog tijd om na te gaan wat er schortte.

Het was wel zeer slecht weer geweest maar niet zodanig dat het schip zulke capriolen maakte. Het bleek dat het anker speling had en een gat sloeg in de voorpiek waarna de lockers in het vooronder vol water liepen. Vandaar dat het de kop langer in de golven stak dan normaal en begon te stuiteren. De machinisten werden erbij gehaald om een plaat tegen het gat te lassen. In het vooronder heerste chaos. De trossen en de stalen kabels, of springs, werden daar opgeborgen. Nadat het water eruit gepompt was kon het geheel best beschreven worden als een reusachtige bol spaghetti. Het ergst van al was dat er ook nieuwe trossen en kabels in het kluwen verward zaten. Matrozen, wipers en machinisten vielen manmoedig met snijbranders op de bol aan. Ondanks de hele reeks vloeken en krachttermen, die met het zware werk gepaard gingen, kwam er geen lievemoederen aan te pas. Het grootste gedeelte werd stuk voor stuk over de zij gezet.

Wordt vervolgd


16:59 Gepost door Dyke | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.