23-03-08

Inleiding

Belgische rederijen zijn er nog altijd, er zijn er zelfs bijgekomen. Maar op weinig schepen wappert de Belgische vlag nog achteraan. Allemaal uitgevlagd zoals men dat noemt. De Pool der Zeelieden bestaat nog. Een stukje geschiedenis:De wet van 21 juli 1844 op grond waarvan de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden onder Belgische vlag bij koninklijk besluit van 19 september 1845 werd opgericht, is de oudste sociale zekerheidswet uit de Belgische geschiedenis.De thans nog geldende besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de zeelieden ter koopvaardij bevestigt het bestaan van een afzonderlijke regeling voor de zeelieden ter koopvaardij met eigen administratieve en financiële structuur. De taken inzake inning en de verdeling van de sociale zekerheidsbijdragen zijn in feite van in het begin toevertrouwd aan de Hulp- en Voorzorgkas, die tevens instaat voor de uitbetaling van de prestaties en van de ziekte- en invaliditeitsverzekering voor de zeelieden. In 1945 werd tevens de Pool der zeelieden opgericht, als een bijzondere instelling inzake tewerkstelling en werkloosheid voor de werknemers tewerkgesteld in de koopvaardij. Toen ik deze verhaaltjes begon te schrijven wist ik niet wat het eigenlijk worden zou. In alle geval geen roman. Mijn doelstelling is om de nagedachtenis van de zeelui levendig te houden. Destijds was het beroep van zeeman meer in dan nu. Iedereen in Antwerpen kende wel iemand in familiekring of in de straat die naar zee ging. Natuurlijk is er nu nog de Zeevaartschool waar jongelui kunnen studeren voor een carrière als officier of werktuigkundige. De andere beroepen aan boord, destijds aangeleerd door de jongens uit de straat raakten de laatste decennia meer en meer in verdrukking. Door mechanisatie en laatst nog meer door uitvlaggen van Belgische schepen naar vreemde vlag. Een operatie die als resultaat had dat er steeds meer vreemdelingen aangetrokken werden.Het kan nu een stukje folklore genoemd worden. Wat betreft stielkennis, of zeemanschap waren er figuren die met kop en nek boven de anderen uitstaken. Tijdens recente scheepsrampen zijn meer dan eens de woorden gevallen: ‘…bij gebrek aan zeemanschap…’. Destijds, aan boord, groeide het beroep van matroos uit tot een kunst. Het creëren van kunstige voorwerpen, uit resten touw, met steken en fantasieknopen werd voor velen een hobby.Natuurlijk waren er de extravagante figuren en werd in de havens meestal een stevigglas gedronken. Er zijn de verhalen over de fratsen van ‘’t paard, de vliegende engel van Matadi, den jap, de cowboy, ‘Jef stront’, 'sneeuwwitje', tarzan en zovele anderen. Vooral in de kroegen van dikke Mit, bij vuil Erna daarnaast in Den Bleu tax of op de hoek in de Viking bij Ben den Egyptenaar , werden de anekdotes eindeloos opgehaald.Dat is de werkelijke bedoeling van deze verhalen. Iets van dat alles behouden, voordat het vervaagt en voorgoed verdwijnt in de nevelen van het verleden. Zeker  is het niet de bedoeling iemand te krenken of pijn te doen. De bijnamen wilde ik, of beter gezegd moest ik behouden omdat ze kleur en pittigheid aan het verhaal geven.Die mensen waren zo en velen zijn niet meer onder ons. We mogen ook niet uit het

oog verliezen dat het, de straffe verhalen daargelaten, hardwerkende mensen waren. Ontegensprekelijk zijn er de duizenden en duizenden werkuren op zee in vaak barre weersomstandigheden, in extreme hitte of koude. Dat komt natuurlijk ook aan bod. Een schip met zatlappen behoort tot de fabels. Op zee werd er weinig of niet gedronken. Het was werken en wachtlopen dag in dag uit, ook op zon- en feestdagen. Dat gold vaak ook in de haven en vooral voor de stewards en het keukenpersoneel. Varen is in de eerste plaats hard labeur. Het is geen wonder dat er zich spanningen en stress manifesteren die elkeen op zijn manier afreageert.

(Wordt vervolgt)

16:29 Gepost door Dyke in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.