26-06-08

Teniers (vervolg)

In de keuken was het niet altijd koek en ei, de bakker leek een rare kwast. De keuken, naast de mess gelegen, was verbonden met een service-opening. Het grootste gedeelte van de dag bleef het gat open om te ventileren. Ook om een praatje te ma­ken met iemand van dek of de machine die in de mess kwam om te drin­ken. Vooraan in de keuken, goed zichtbaar van in de messroom, stond een grote ijskast. Daarin be­waarde de kok de materialen die hij nodig had voor de dagdagelijkse bereiding. De deur van glanzend metaal en mooi gepoetst kon als spiegel fungeren. Men had in de mess reeds opgemerkt dat de bakker er niet voorbij kon zonder zich te spiegelen. Aan een schoonheidswedstrijd moest die vent zeer zeker niet meedoen. Een papperig lijf met daarboven op een ronde kop met kort geknipte haren en een smikkel als een platte kaas. Ne nette kon men er niet van maken. Hij begon, wijl hij zich spiegelde, ook snuiten naar zichzelf te trekken en zich toe te zwaaien als hij voorbij de spiegel kwam. Dit tot groot jolijt van de toeschouwers in de mess. Men begon te letten op de bakker!s' Middags te drie uur werd er steeds een koffiepauze gehouden. Op een keer werd de aandacht getrokken door een lawaai in de keuken. Kokkie schreeuwde: verdomme, Erik, moet dat brood niet uit de oven?! De bakker trok juist de tong naar binnen die hij tegen zichzelf uitstak en schreeuwde terug: het brood dat is mijn zaak! Dat is mijn geheim! Diep verontwaardigd stond hij daar met het hoofd tussen de schouders, als een stier die zodadelijk de toreador achter de vodden zou zitten en hem het liefst van al tegen de schutting ramde. In de mess waren inmiddels alle stoelen leeg en men stond elkaar te verdringen en op elkaars tenen te trappen voor de opening en het deurgat naar de keuken. Eerst leek het erop dat de kok het erbij zou laten daar hij de schouders ophaalde en zich afwendde. Hij bedacht zich echter, keerde op zijn schreden terug en siste de bakker toe, hem met de wijsvinger in de borst prikkend: haal het eruit, nondedju! t Zit er lang genoeg in, hoort ge?! De bakker keerde zich schoorvoetend naar de oven. De chef heeft het nu eenmaal voor ‘t zeggen in de keuken. Men kon de nekken van de hele crew horen kraken bij het rekken om toe te kijken. De ovendeur zwaaide open en de bakker haalde er een reusachtig brood uit, haast tweemaal zo groot als het normale. Jezus Christus, moet je dat zien, kreunde de chef met de twee armen boven het hoofd een wegwerpbeweging makend alsof het zijn liefste wens was het gehele zootje over de zij te zwieren, het zilte nat in. Hij deed het spijtig genoeg niet want we konden de broden opvreten s avonds en de volgende dagen ook. Soms zaten er gaten in als tunnels! Dan weer, met het volgende baksel, waren het net gummiballen. Het type met de grote gaten werd nog het beste bevonden. Het geheim van de bakker kon niemand doorgronden. Zijn specialiteit bleek pudding ma­ken. De bijnaam  poddingbakker had hij zo te pakken. Gelukkig bakte kokkie af en toe en dan kon de bakker daarin zijn pudding spuiten, zodat er een echt toetje op tafel kwam. (Wordt vervolgd)

17:44 Gepost door Dyke in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.